Art. 1 + Art. 2 + Art. 3 Art. 3 [vervolg] + Art. 4 Art. 5 + Art. 6 Art. 5 + Art. 6 Art. 8 + Art. 9 Art. 10 + Art. 11 Art. 12 Art. 13 Art. 14 + Art. 15 Art. 16 + Art. 17 + Art. 18 Art. 18 [vervolg] + Art. 19 Art. 20 + Art. 21 + Art. 22 + Art. 23
  Reglement op het Amsterdams 4 en 5 mei comité [ vervolg ]  
     
Artikel 6. Samenstelling (vervolg).
f. kerkgenootschappen en levensbeschouwelijke organisaties;
g. werkgevers- en werknemersorganisaties;
h. organisaties op het gebied van emancipatie en opbouwwerk
i. vredesorganisaties.
3. In het Comité kunnen tevens worden benoemd personen die als deskundige met betrekking tot de in artikel 3 vermelde aangelegenheden dan wel in deze over veel ervaring beschikken.
4. Personen met opvattingen die strijdig zijn met de doelstelling van het Comité, kunnen niet worden benoemd in het Comité, evenmin als vertegenwoordigers van organisaties waarvan de doelstelling of de werkzaamheden strijdig zijn met de doelstelling van het Comité.
Artikel 7. De benoeming.
1. Het College benoemt de leden van het Comité op een daartoe ingediende voordracht van het bestuur van het Comité.
2. De in artikel 6, tweede lid vermelde organisaties doen op verzoek van het bestuur van het Comité een aanbeveling ten aanzien van de in het Comité te benoemen vertegenwoordigers.
3. Alvorens een voordracht te doen voor de benoeming van een persoon op persoonlijke titel, voert het bestuur aan de hand van een door de betrokkene op te stellen levensbeschrijving een gesprek met hem teneinde te beoordelen of de kandidaat de geschiktheid bezit om tot lid van het Comité te worden benoemd.